victime

Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

victime v

  1. slachtoffer
  2. (spreektaal) slappeling
    «La dernière fois que j’ai traîné dans ce quartier, un bouffon m’a pris pour une victime, j’l’ai lynché!»
    De vorige keer dat ik in deze wijk was, heeft een grappenmaker me voor slappeling uitgemaakt, toen heb ik hem een pak slaag gegeven! [1]

Verwijzingen