vervoeging van
decrecer

decrezca

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van decrecer
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van decrecer
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van decrecer