Hoofdmenu openen

Afrikaans

stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
afskei
afgeskei
volledig

Werkwoord

afskei

  1. afscheiden
    «By die basis van die dorsale en anale vinne is twee kliere wat 'n melkerige toksien afskei wat die vis onsmaaklik laat proe vir roofvisse.»
    Aan de basis van de dorsale en anale vinnen liggen twee kleiren die een melkachtige gifstof afscheiden die de vis onsmakelijk maakt voor roofvissen.