zoetwatervoorraad

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zoet·wa·ter·voor·raad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zoetwatervoorraad zoetwatervoorraden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zoetwatervoorraad m

  1. totale hoeveelheid zoet water die men nu en in de toekomst kan gebruiken
     Nu kunnen de boeren nog met zoet water hun gebieden sproeien. Als de droogte in de zomer aanhoudt, kan een moeilijke situatie ontstaan. Er zullen dan maatregelen nodig zijn om de zoetwatervoorraad te sparen, zoals een sproeiverbod voor boeren en tuinders.[1]
     De aarde bestaat voor twee derde uit zeewater. Als je daar gewassen verbouwt, put je het land en de zoetwatervoorraad minder uit. Zeewierteelt is heel duurzaam.[2]
Verwante begrippen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1.   Weblink bron “Noordzeekanaal steeds zouter door droogte” (17-05-2011), Tubantia
  2.   Weblink bron Gerben 't Hof “Lekker! Zeewier van eigen bodem” (03-06-2015), Tubantia