zijgevel

Nederlands

 
versierde zijgevel van Kunstcentrum de Vooruit in Gent
Uitspraak
Woordafbreking
  • zij·ge·vel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zijgevel zijgevels
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zijgevel m [1]

  1. (bouwkunde) buitenmuur aan de linker- of rechterzijkant van een gebouw
    • Op verschillende plaatsen wordt stormschade gemeld. In Berkel en Rodenrijs waaiden dakpannen van daken en viel een deel van een zijgevel op straat. In de regio Utrecht waren ook tientallen meldingen van stormschade. In Etten-Leur stortte een muur van een school in.[2] 
    • Jarenlang lag tegen de zijgevel van het huis een rommelige stapel hout onder een oud zeil. Tot afgelopen zaterdag. Toen zagen ruim 800.000 kijkers van de RTL4-kijkcijferhit Eigen Huis en Tuin hoe niemand minder dan Tom Groot, bekend geworden als boer bij Boer zoekt Vrouw, naar Wageningen kwam om met Alexander een overkapping voor z’n hout te klussen.[3] 
Hyponiemen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 03 jan. 2018 Dit heeft Westerstorm aangericht
  3. de Telegraaf 06 mrt. 2017 De klus bijna geklaard
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be