zielenroersel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zie·len·roer·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zielenroersel (zielenroerselen) *
verkleinwoord zielenroerseltje (zielenroerseltjes) *

Zelfstandig naamwoord

zielenroersel o

  1. (poëtisch) dat wat iemands gevoelens en gedachten sterk in beweging brengt
     Esther is behept met een voorgevoel van het Berouw en kan daarom ontvankelijk zijn voor die persoonlijke levenservaringen die het zielenroersel onder ogen brengen.[2]
      (…)
    Gij meet geen baan aan 's hemels boog,
    Maar 't zieleroersel ziet uw oog.
    [3]
Schrijfwijzen
Opmerkingen
  • Het meervoud "zielenroerselen" heeft dezelfde betekenis en is dus voor wat betreft de betekenis niet het meervoud van "zielenroersel".
Verwante begrippen
Opmerkingen
  • De meervoudsvorm zielenroerselen is in de 20e eeuw het meest gangbaar geworden.

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2.   Weblink bron Toine Moerbeek Over berouw in: De Gids., jrg. 170 nr. 7/8/9 Boek III (zomer 2007), Balans, Amsterdam, p. 918
  3.   Weblink bron P.J.V. Dusseau Vrouwenwaarde in: Erato (1848), L.E. Bosch en Zoon, Utrecht