zette verder

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zet·te ver·der
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
verderzetten

zette verder

  1. enkelvoud verleden tijd van verderzetten
    • Ik zette verder. 
    • Jij zette verder. 
    • Hij, zij, het zette verder. 
  2. aanvoegende wijs van verderzetten


Gangbaarheid