zetduiveltje

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zet·dui·vel·tje

Zelfstandig naamwoord

zetduiveltje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zetduivel

Gangbaarheid

53 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be