zaaiveld

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zaai·veld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zaaiveld zaaivelden
verkleinwoord zaaiveldje zaaiveldjes

Zelfstandig naamwoord

zaaiveld o

  1. het veld dat is gezaaid
    • Het zaaiveld werd gisteren ingezaaid. 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be