zaailand

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zaai·land
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zaailand zaailanden
verkleinwoord zaailandje zaailandjes

Zelfstandig naamwoord

zaailand o

  1. een stuk grond dat geschikt is om bezaaid te worden
    • Het zaailand lag er keurig bij. 

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be