woningsector

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wo·ning·sec·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord woningsector woningsectoren
woningsectors
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

woningsector m

  1. het geheel van organisaties dat zich bezig houdt met de nieuwbouw, verbouwing en beheer van woningen