witgoud

Nederlands

 
ring gemaakt van witgoud
Uitspraak
Woordafbreking
  • wit·goud
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord witgoud
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

witgoud o [1]

  1. een legering van goud en palladium
    • De ring die ze meer dan twintig jaar geleden kreeg was van witgoud, met een diamant. „Hij is prachtig. Ik was er heel zuinig op, poetste hem regelmatig. Piet was altijd blij dat ik er zo blij mee was.”[2] 
    • Afrojack vierde op 9 september zijn dertigsteverjaardag, maar was niet de enige die ’shinede’. Volgens de Amerikaanse website TMZ trakteerde de wereldberoemde dj zowel zichzelf als vier van zijn crewleden kettingen met zijn logo, gemaakt van witgoud en diamanten.[3] 
  2. (verouderd) platina
Vertalingen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf SOPHIE KLUIVERS 03 mrt. 2018
  3. de Telegraaf 14 sep. 2017
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be