werktijdverkorting

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • werk·tijd·ver·kor·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord werktijdverkorting werktijdverkortingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

werktijdverkorting v

  1. het in bijzondere situaties het personeel van een bedrijf korter laten werken met ondersteuning van de overheid
    • Door gebruik te maken van werktijdverkorting kon het bedrijf blijven bestaan. 


Meer informatie