weldadig

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wel·da·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen weldadig weldadiger weldadigst
verbogen weldadige weldadigere weldadigste
partitief weldadigs weldadigers -

Bijvoeglijk naamwoord

weldadig

  1. een goed gevoel veroorzakend
    • Ik nam een heerlijk weldadig bad. 

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be