wekeneis

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • we·ken·eis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wekeneis wekeneisen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

wekeneis m

  1. (economie) voorwaarde om in aanmerking te komen voor een werkeloosheidsuitkering
     De partijen gaan de komende week terug naar hun achterban om een keuze te kunnen maken tussen twee manieren om de toegang tot de WW te beperken. Nu komen mensen in aanmerking voor een werkloosheidsuitkering, als zij minimaal 26 van de laatste 39 weken hebben gewerkt. Om de met het kabinet afgesproken bezuinigingen te halen vragen werkgevers en de vakbeweging zich af of ze de zogeheten wekeneis moeten aanscherpen tot 27 uit 39 weken of tot 26 uit 36.[1]
     De zogeheten wekeneis, die functioneert als drempel om voor een uitkering in aanmerking te komen, is aangescherpt. Voortaan moeten werknemers 26 weken van de voorafgaande 36 weken hebben gewerkt om voor een WW-uitkering in aanmerking te komen (voor bepaalde beroepsgroepen geldt een uitzondering).[2]

Gangbaarheid

22 % van de Nederlanders;
7 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron “WW baart leden SER kopzorgen” (08-04-2005), Reformatorisch Dagblad
  2.   Weblink bron Mr. Jan Schreuders “Nieuwe regels voor WW-uitkering” (07-09-2006), Reformatorisch Dagblad
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be