waterrad

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·rad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waterrad waterraderen
verkleinwoord waterradje
waterradertje
waterraadje
waterradjes
waterradertjes
waterraadjes

Zelfstandig naamwoord

waterrad o

  1. een schoepenrad dat draait door de stroming van het water
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be