waterijs

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·ijs
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waterijs -
verkleinwoord waterijsje waterijsjes

Zelfstandig naamwoord

waterijs o

  1. ijs gemaakt op basis van water / vruchtensap / stroop, niet op basis van melk / room
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be