vuistbijl

Vuistbijl.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vuist·bijl
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vuistbijl vuistbijlen
verkleinwoord vuistbijltje vuistbijltjes

Zelfstandig naamwoord

vuistbijl v/m

  1. (archeologie) een kerngereedschap uit het paleolithicum, het Acheuléen en het Moustérien, dat voorkomt in Afrika, Europa, het westen van Eurazië, India en het westen van China, maar niet verder naar het oosten
    • Vuistbijlen kunnen in een kwartier tijd uit vuursteen gehakt worden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be