vrouwtjeshonden

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrouw·tjes·hon·den
Woordherkomst en -opbouw
  • vrouwtjeshond met uitgang -en, waarbij de slotmedeklinker weer stemhebbend wordt

Zelfstandig naamwoord

vrouwtjeshonden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord vrouwtjeshond

Gangbaarheid