vormvast

Nederlands

 
vormvast stelsel
Uitspraak
Woordafbreking
  • vorm·vast
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vormvast vormvaster (vormvastst) *
verbogen vormvaste vormvastere (vormvastste) *
partitief vormvasts vormvasters -

Bijvoeglijk naamwoord

vormvast

  1. van een voorwerp dat de vorm niet meer veranderd kan worden
    • Rubber is van nature een kauwgumachtige substantie. Om het vormvast te maken wordt het rubber voor de productie van banden gevulkaniseerd. Hierbij worden er zwavel en andere hulpstoffen toegevoegd aan het rubber. Onder hoge druk en temperatuur bindt de zwavel de lange polymeerketens van het rubber aan elkaar vast. Die verbindingen geven het materiaal structuur. „Het is alsof losse spaghettislierten met touwtjes aan elkaar vast gebonden worden”, zegt Wilma Dierkes, universitair hoofddocent rubbertechnologie aan de Universiteit Twente. Ze doet al meer dan twintig jaar onderzoek naar het verwerken en recyclen van rubber. [1] 
Opmerkingen
  • Omdat "-stst" moeilijk is uit te spreken en te verstaan kan voor de overtreffende trap beter de omschrijving "meest vormvast(e)" worden gebruikt. [2] [3]
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. NRC Dorine Schenk 10 maart 2017
  2.   Weblink bron W. Haeseryn e.a. “6.4.3.1.2 Omschrijving van de trappen van vergelijking met meer en meest.” (januari 2019), punt 4 op e-ans.ivdnt.org (Algemene Nederlandse Spraakkunst)
  3.   Weblink bron “Omschreven trappen van vergelijking (algemeen)”, punt 3. op taaladvies.net (Nederlandse Taalunie)
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be