voorwerpspunt

Nederlands

 
G = voorwerp in voorwerpspunt
Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·werps·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voorwerpspunt voorwerpspunten
verkleinwoord voorwerpspuntje voorwerpspuntjes

Zelfstandig naamwoord

voorwerpspunt o

  1. (optica) plaats van een voorwerp ten opzichte van het spiegelend of brekend oppervlak
Antoniemen

Gangbaarheid