vijfhonderdtwaalf

       
0 5 1 2
vijfhonderdtwaalf,
op een abacus
  • vijf·hon·derd·twaalf

vijfhonderdtwaalf

  1. "512", het getal tussen vijfhonderdelf en vijfhonderddertien, vijfhonderd plus twaalf
    1. om een hoeveelheid aan te geven
      • De totale kosten bedragen vijfhonderdtwaalf euro en zevenendertig cent. 
    2. om een plaats in een volgorde aan te geven
      • We logeerden vlakbij het strand in kamer vijfhonderdtwaalf van het grootste hotel. 

rangtelwoord

hooftelwoorden samengesteld met "vijfhonderdtwaalf" ht als linkerdeel

enkelvoud meervoud
naamwoord vijfhonderdtwaalf vijfhonderdtwaalfs
verkleinwoord vijfhonderdtwaalfje vijfhonderdtwaalfjes

de vijfhonderdtwaalfv / m

  1. dat wat in een (rang)ordening met 512 is aangeduid
    • Als jij vijfhonderdtwaalf opruimt doe ik de twee kamers daarna wel, want die zijn kleiner. 

de vijfhonderdtwaalfmv

  1. groep van 512 eenheden
    • Die vijfhonderdtwaalf kunnen onmogelijk een complete brigade met tanks tegenhouden.