verwezenlijkt

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·we·zen·lijkt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verwezenlijken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
verwezenlijken

verwezenlijkt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verwezenlijken
    • Jij verwezenlijkt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verwezenlijken
    • Hij verwezenlijkt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van verwezenlijken
    • Verwezenlijkt! 
vervoeging van: verwezenlijken…
verbogen vorm: verwezenlijkte

verwezenlijkt

  1. voltooid deelwoord van verwezenlijken