verwende

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·wen·de

Bijvoeglijk naamwoord

verwende

  1. verbogen vorm van de stellende trap van verwend

Werkwoord

vervoeging van
verwennen

verwende

  1. enkelvoud verleden tijd van verwennen
    • Ik verwende. 
    • Jij verwende. 
    • Hij, zij, het verwende. 
  2. verbogen vorm van verwend, voltooid deelwoord van verwennen