Handen verminkt van personen die aan lepra lijden
  • ver·minkt
  • vervoeging van verminken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel
stellend
onverbogen verminkt
verbogen verminkte

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als bijvoeglijk naamwoord

verminkt [1]

  1. misvormd (door een ongeluk)
vervoeging van
verminken

verminkt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verminken
    • Jij verminkt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verminken
    • Hij verminkt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van verminken
    • Verminkt! 
vervoeging van: verminken…
verbogen vorm: verminkte

verminkt

  1. voltooid deelwoord van verminken
99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]