verlangde

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·lang·de

Werkwoord

vervoeging van
verlangen

verlangde

  1. enkelvoud verleden tijd van verlangen
    • Ik verlangde. 
    • Jij verlangde. 
    • Hij, zij, het verlangde. 
     Opgelucht dat het vermoeiende karwei er eindelijk op zat, fietste ik rustig terug naar mijn hotel want ik verlangde naar mijn bed.[1]
  2. verbogen vorm van verlangd, voltooid deelwoord van verlangen

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers