verlammen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·lam·men
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van lam met het voorvoegsel ver-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verlammen
verlamde
verlamd
zwak -d volledig

Werkwoord

verlammen

  1. overgankelijk, (medisch) van het vermogen zich te bewegen beroven
    • Dat ongeluk verlamde hem vanaf zijn middel. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be