verbouw

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·bouw

Werkwoord

vervoeging van
verbouwen

verbouw

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verbouwen
    • Ik verbouw. 
  2. gebiedende wijs van verbouwen
    • Verbouw! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verbouwen
    • Verbouw je? 

Meer informatie

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be