• veel
  • In de betekenis van ‘onbepaald telwoord’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
Middelnederlands: vele
Oudnederlands: filo
Germaans: *felu
Indo-Europees: *pelu-
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: feel, fele (Angelsaksisch: feolo, fela), Duits: viel, (Oudhoogduits: filu, filo), Fries: fel (Oudfries: felo, fele, fel)
Noord: Oudnoords: fjǫl-, IJslands: fjöl-, Faeröers: fjøl-
Oost: Gotisch: filu
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen veel meer meest
verbogen vele/veel (meer) meeste

veel

  1. groot in hoeveelheid
    • Er was veel regen gevallen. 
    • Daar is veel discussie over. 
     Na veel passen en meten werd duidelijk dat we om en om op onze zij moesten gaan liggen.[2]
     Deze app was voor mij in vele opzichten een reddingslijn en ik raadpleegde hem meerdere malen per dag om te zien waar ik me bevond.[2]
  2. groot in aantal
    • Die vele fouten begonnen hem op zijn zenuwen te werken. 
  • Zelfstandig gebruikt schrijft men velen voor personen.
  • [1] niet veel soeps zijn
    weinig voorstellen
  • [1] te veel hooi op de vork nemen
    meer willen doen dan je aankan, te veel werk op zich nemen, de hoeveelheid werk niet aankunnen
  • [1] veel in de melk te brokkelen hebben
    grote invloed hebben
  • [1] veel in zijn mars hebben
    veel aanleg hebben en veel weten
  • [1] veel poespas maken
    veel overdrijven en drukte maken
  • [1] veel stof doen opwaaien
    grote invloed op wat er leeft bij mensen
  • [2] veel noten op zijn zang hebben
    veel eisen en wensen dat aan alle verlangens wordt voldaan
  • [2] veel vijven en zessen hebben
    veel bezwaren hebben
  • [2] veel voeten in de aarde hebben
    veel moeite en tijd kosten
  • [2] over veel schijven lopen
    veel mensen die ergens zich mee bemoeien
  • Er gaan veel makke schapen in een hok.
wanneer iedereen rustig blijft, passen veel mensen in dezelfde ruimte
  • Er zijn vele wegen die naar Rome leiden.
iets kan vaak op meerdere manieren gedaan/bereikt worden
  • Hoge bomen vangen veel wind.
bekende/belangrijk mensen of met een hoge functie krijgen sneller commentaar of kritiek
  • Veel beloven en weinig geven, doet de gek in vreugde leven.
veel mensen zijn al blij met een belofte en geloven alles
  • Veel geschreeuw maar weinig wol.
veel woorden hebben maar in de praktijk komt daar weinig van terecht
  • Veel honden zijn der hazen dood.
niemand kan op tegen heel veel tegenstanders
  • Veel varkens maken de spoeling dun.
als er over veel mensen iets verdeeld moet worden krijgt iedereen maar een klein deel
  • Vele handen maken licht werk.
als een karwei samen wordt opgepakt is het snel en gemakkelijk gedaan
  • Wie aan de weg timmert heeft veel bekijks.
iemand die grote beslissingen moet nemen, krijgt vaak ook veel kritiek
  • Wie veel eist krijgt veel. Wie te veel eist krijgt niets.
je kan door het te vragen veel bij mensen gedaan krijgen, maar als je onredelijk wordt zal je worden overgeslagen

veel

  1. dikwijls, vaak
    • Een boer werkt veel buiten. 
  2. erg, in grote mate
    • Hij houdt veel van voetbal. 
vervoeging van
velen

veel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van velen
    • Ik veel. 
  2. gebiedende wijs van velen
    • Veel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van velen
    • Veel je? 
99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]


veel

  1. veel

veel

  1. veel