uwentwil


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uwent·wil
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

uwentwil [1]

  1. voor u; in uw belang; om u ter wille te te zijn; uit liefde voor u
     Jaren later bezochten mijn vrouw en ik op tweede kerstdag de dienst in de gereformeerde gemeente in Utrecht. Ds. C. Harinck preekte over de tekst ”Want gij weet de genade van onzen Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden.””[2]
     Hij is om uwentwil uit de hemel op de aarde nedergekomen, treed gij met voeten op de aardse dingen, zoek het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid om uwszelfs wil. Hoewel de wereld zoet is, Christus is veel zoeter (...) en nu zegt Christus tot u: „Kom, en volg Mij na.”[3]

Gangbaarheid

54 % van de Nederlanders;
55 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2.   Weblink bron Gert de Looze “Voormalig SGP-senator Gert van den Berg wilde dienstbaar bezig zijn” (20-04-2019), Reformatorisch Dagblad
  3.   Weblink bron Steef de Bruijn “Beeldcultuur mijden of wijden?” (15-02-2020), Reformatorisch Dagblad
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be