traduce

Roemeens

Uitspraak
  • IPA: /tra'duʧe/
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

traduce

  1. vertalen


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
traducir

traduce

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van traducir
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van traducir