traditioneel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tra·di·ti·o·neel
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘berustend op overlevering’ voor het eerst aangetroffen in 1824 [1]
  • afkomstig uit Frans traditionnel
  • samengesteld met traditie met het achtervoegsel -io en met het achtervoegsel -eel
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen traditioneel traditioneler traditioneelst
verbogen traditionele traditionelere traditioneelste
partitief traditioneels traditionelers -

Bijvoeglijk naamwoord

traditioneel

  1. zoals de gewoonte dat meebrengt, van oudsher gewoon
    • Zij onthulde mij het traditionele recept, zoals het al eeuwenlang bestaat. 
     De Camino del Norte heeft veel voordelen ten opzichte van de traditionele Camino Frances, die naar Santiago de Compostela loopt.[2]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen