tollere

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • tol·le·re
Naar frequentie 201726

Zelfstandig naamwoord

tollere

  1. nominatief onbepaald mannelijk meervoud van toller

Latijn

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
infinitief 1e pers. enk.
ind. praes. act.
1e pers. enk.
ind. perf. act.
supinum
tollere tollo sustŭli sublātum
onregelmatig volledig