tijdsduur

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tijds·duur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tijdsduur -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tijdsduur m

  1. de tijd dat iets duurt
    • De nummers op deze cd variëren in tijdsduur van drie tot acht minuten. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be