• te·rug·ke·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
terugkeren
keerde terug
teruggekeerd
zwak -d volledig

terugkeren

  1. ergatief gaan naar een plaats waar men eerder vandaan kwam
     Gelukkig is hij niet gestorven, maar toen hij terugkeerde in het klooster, heeft hij de monniken nóóit meer verboden liedjes te zingen voor Sint Nicolaas.[1]
     Toch blijft de Nationale 7 een mythisch traject, een Franse Route 66, aan een tweede leven begonnen als nostalgische attractie. 'De mensen willen terugkeren naar een gelukkige tijd', zegt Patrick Henriroux (55), patron van tweesterrenrestaurant La Pyramide in Vienne.[2]
     Daarmee vond hij dat hij aan zijn plicht had voldaan en hij wrong zich door het gedrang om terug te keren naar het wachtende bureau thuis.[3]
100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]
  1. “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat  , p. 14
  2.   Weblink bron
    Peter Giesen
    “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant
  3. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “1968, De grote eeuw deel 7” (2017), Uitgeverij Prometheus  , ISBN 9789044633535
  4.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be