tafelgesprek


Nederlands

 
[1] tafelgesprek
Uitspraak
Woordafbreking
  • ta·fel·ge·sprek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tafelgesprek tafelgesprekken
verkleinwoord tafelgesprekje tafelgesprekjes

Zelfstandig naamwoord

tafelgesprek o [1]

  1. gesprek dat men voert tijdens een maaltijd
     Jansen was vanmorgen als eerste gehoord. Volgens Jansen heeft raadsheer Tom Schalken duidelijk geprobeerd hem te beïnvloeden. Volgens Jansen probeerde Schalken het tafelgesprek bij herhaling in de richting van het proces tegen Geert Wilders te sturen.[2]
     In een tafelgesprek zei hij: "Ik verzet me tegen het idee dat het alleen maar een soort jeugdzonde was. Het is een jongen van 18, maar het liegt er niet om."[3]
  2. gesprek waarbij de deelnemers rond een tafel zitten
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2.   Weblink bron “'Raadsheer Schalken praatte op me in'” (13-04-2011), NOS
  3.   Weblink bron “Lucebert van zijn voetstuk gevallen? Voor Remco Campert niet” (12-02-2018), NOS