stoppage


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stop·pa·ge
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stoppage stoppages
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

stoppage v

  1. reparatie aan kleding; het stoppen
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

37 % van de Nederlanders;
43 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen