stollens

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stol·lens

Zelfstandig naamwoord

stollens

  1. genitief van stollen
    • Hij is in al zijn boeken een terugkijker, Márai, op het nostalgische en verbitterde af, een zoutpilaar op de weg naar het ravijn die tot stollens toe geslagen is door wat er zich achter hem afspeelt. [1] 

Gangbaarheid

Verwijzingen


Noors

Woordafbreking
  • stol·lens
Naar frequentie zeldzaam

Zelfstandig naamwoord

stollens, m

  1. bepaalde vorm genitief enkelvoud van stoll