stikzij

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stik·zij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stikzij
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

stikzij v/m

  1. zijde geschikt om mee te naaien

Gangbaarheid

36 % van de Nederlanders;
52 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be