sterfbed

Een kind uit de familie Honingh op haar sterfbed (Mauritshuis)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sterf·bed
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sterfbed sterfbedden
verkleinwoord sterfbedje sterfbedjes

Zelfstandig naamwoord

sterfbed o

  1. het bed waarop men sterft
    • Op zijn sterfbed sprak hij zijn laatste woorden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be