Een steeneik
  • steen·eik
enkelvoud meervoud
naamwoord steeneik steeneiken
verkleinwoord steeneikje steeneikjes

de steeneikm

  1. (bloemplanten) Quercus ilex   een boom uit de napjesdragersfamilie (Fagaceae  ). Deze van nature in Zuid-Europa voorkomende, groenblijvende eik wordt veel aangeplant als sierboom en ter beschutting, vooral in kuststreken. De boom is bestand tegen de zilte zeewind en de luchtvervuiling in de stad. In Nederland en Vlaanderen is de boom matig winterhard. De boom kan dertig meter hoog worden, maar blijft meestal veel kleiner. In rotsachtige gebieden blijft de eik vaak struikvormig
79 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.[1]
  1.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be