stationsby

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • sta·ti·ons·by
Woordherkomst en -opbouw
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   stationsby     stationsbyen     stationsbyer     stationsbyerne  
genitief   stationsbys     stationsbyens     stationsbyers     stationsbyernes  

Zelfstandig naamwoord

stationsby g

  1. (verkeer) stad met spoorweg, stad met station
    «Aarup er vokset op som stationsby efter 1865; her ligger elektronik- og skumgummivirksomheder.»
    Aarup groeide op na 1865 als stad met spoorweg; hier liggen elektronica- en schuimrubberbedrijven.
Hyperoniemen
Verwante begrippen