startlijn

Nederlands

 
Het Belgische team aan de startlijn van de Tour de France
Uitspraak
Woordafbreking
  • start·lijn
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord startlijn startlijnen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

startlijn v/m [1]

  1. de lijn die aangeeft waar een wedstrijd begint
    • De beslissende medalrace in de Laser Radial, met zeilster Marit Bouwmeester als belangrijkste kandidaat voor de olympische titel, is verschoven naar dinsdag. De organisatie wachtte met de tien finalisten de hele maandagmiddag vergeefs op goede wind. De tien boten werden nog wel naar de startlijn gesleept en lagen daarna te dobberen. Er stak nog wel een flinke bries op, maar de wedstrijdleiding zag er geen heil meer in. Mocht de organisatie de finale door de weersomstandigheden opnieuw moeten annuleren, dan is volgens een woordvoerder van sportkoepel NOC*NSF het huidige klassement de eindstand en is Bouwmeester olympisch kampioen. Ze is al zeker van brons. Een finish bij de eerste vier volstaat voor olympisch goud. (ANP) [2] 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Fabian van der Poll 15 augustus 2016
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be