Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spin
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘tolbeweging’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1961 [1]
  • In de betekenis van ‘spinachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord spin spinnen
verkleinwoord spinnetje spinnetjes

Zelfstandig naamwoord

spin v / m

  1. (dierkunde) Arachinida  , spinachtig dier met acht poten dat met speciale klieren een web maakt, waarin prooien worden gevangen
     Ik aarzelde even, vanwege alle muggen, spinnen en slangen maar was snel om.[2]
  2. (gereedschap) snelbinder met vier of meer van een haak voorziene armen
enkelvoud meervoud
naamwoord spin
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

spin m

  1. (natuurkunde) snelle, draaiende beweging om een as
  2. (dans) bepaalde draaiende figuur bij het dansen
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • spin in het web
belangrijk persoon om wie alles en iedereen draait, spilfiguur
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
spinnen

spin

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spinnen
    • Ik spin. 
  2. gebiedende wijs van spinnen
    • Spin! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spinnen
    • Spin je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen