speciaal

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spe·ci·aal
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bijzonder’ voor het eerst aangetroffen in 1265 [3]
  • afgeleid van het Latijnse 'speciēs' soort met het achtervoegsel -aal [4]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen speciaal specialer speciaalst
verbogen speciale specialere speciaalste
partitief speciaals specialers -

Bijvoeglijk naamwoord

speciaal

  1. op een positieve manier anders dan het andere
     Zelfs met speciaal chafing-poeder (‘Anti Monkey Butt Powder’) bleef de pijn de hele dag doorzeuren.[5]
  2. uitzonderlijk, zich onderscheidend
    • Zijn speciale kleding is ongewoon 
  3. ongewoon
  4. opvallend
  5. in het bijzonder
    • Hij deed speciaal zijn best op dat schilderij 
  6. gerelateerd aan of hebbende een geestelijke of soms lichamelijke beperking
     De ervaring binnen het speciaal onderwijs heeft geleerd dat speciale kinderen tot heel speciale volwassenen kunnen uitgroeien. Hun moeizame schooltijd kan sterke jongeren van hen maken, en wanneer hun speciale gaven aan bod mogen komen – ook later binnen hun beroep – dan kunnen zij uitgroeien tot volwassenen van wie we nog wat kunnen leren.[6]
     Ze wilden liever professionele hulp. Het gaat immers om speciale scholen met speciale kinderen.[7]
     De term speciaal kind wordt in de praktijk gebruikt voor kinderen met een afwijkende lichamelijke of geestelijke ontwikkeling. Vroeger sprak men van een gehandicapt of abnormaal kind. Tegenwoordig doen we dit liever niet, omdat deze termen zo negatief klinken.[8]
     'Wat wij willen,' zei hij vol vuur, 'is meer begrip en aandacht voor kinderen met het syndroom van Down. Deze kinderen zijn speciaal, uniek!'[9]
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[10]

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 Bron: het Uitspraakwoordenboek van Josée Heemskerk en Wim Zonneveld (Het Spectrum, 2000, ISBN 902744482X).
  2. Het Uitspraakwoordenboek van Josée Heemskerk en Wim Zonneveld (Het Spectrum, 2000, ISBN 902744482X) geeft geen vermelding van een afwijkende uitspraakvariant van dit en andere woorden bij de standaardtaalsprekers in Nederlands-Limburg.
  3. "speciaal" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. speciaal op website: Etymologiebank.nl
  5. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  6.   Weblink bron Moniek Terlouw, A. Mensink, H. de Rijke “Kinderen met een raadsel” (1998), Uitgeverij Christofoor, ISBN 906238093X, p. 9
  7.   Weblink bron “Forum opinieblad van VNO-NCW.”, delen 1 t/m 12 (2003), Verbond van Nederlandse Ondernemingen en Nederlands Christelijk Werkgeversverbond, p. 24
  8. Frits Boer “Broers en zussen van speciale en gewone kinderen” (2012), Terra - Lannoo, Uitgeverij, ISBN 9789020975901, p. 15
  9.   Weblink bron Michelle Conder, Melanie Milburne, Maggie Cox “Bouquet e-bundel nummers 3846 - 3850 (5-in-1)” (2017), ISBN 9402528911
  10.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be