Hoofdmenu openen


Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slen·te·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen slenterig slenteriger slenterigst
verbogen slenterige slenterigere slenterigste
partitief slenterigs slenterigers -

Bijvoeglijk naamwoord

slenterig [1]

  1. haveloos
  2. onverschillig en langzaam zoals past bij een slenteraar
  3. slap

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.

Verwijzingen