slechtvalk

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slecht·valk
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘roofvogel’ voor het eerst aangetroffen in 1636 [1]
  • Samenstelling van slecht (gewoon) en valk [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord slechtvalk slechtvalken
verkleinwoord slechtvalkje slechtvalkjes

Zelfstandig naamwoord

slechtvalk v/m

  1. (vogels) Falco peregrinus  , een roofvogel en de snelst vliegende vogel ter wereld
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen