Hoofdmenu openen

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scho·tel·rek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schotelrek schotelrekken
verkleinwoord schotelrekje schotelrekjes

Zelfstandig naamwoord

schotelrek

  1. rek waar schotels in of op kunnen worden geplaatst

Gangbaarheid