rugklacht

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rug·klacht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rugklacht rugklachten
verkleinwoord rugklachtje rugklachtjes

Zelfstandig naamwoord

rugklacht v/m

  1. (medisch) problemen die iemand kan hebben met zijn rug, vooral pijnklachten aan de rug
    • Hij heeft een hernia die hem veel rugklachten bezorgt 
    • Zijn rugklachten zijn gelukkig alleenmaar spit. 

Gangbaarheid