vervoeging van
risquer

risque

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van risquer
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van risquer
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van risquer